Maak uw auto nu winterklaar!
In de winter heeft uw auto het door de kou extra zwaar. Dat blijkt ook uit de vele pechgevallen waar de ANWB Wegenwacht deze periode mee te maken heeft. Veel kunt u echter ook zelf doen. Waar moet u op letten om de auto winterklaar te maken en hoe rijdt u het veiligst onder gladde omstandigheden?
Extra drukte Wegenwacht

Bij vrieskou heeft de ANWB Wegenwacht het extra druk. Automobilisten hebben door de kou vooral te kampen met accu's die het laten afweten. Daarnaast moet de Wegenwacht vaak te hulp schieten bij dichtgevroren sloten en vastgevroren handremmen. De Wegenwacht is voorbereid en schroeft de bezetting flink op met extra mensen op de weg en aan de telefoon.
Trotseer Koning Winter

Een greep uit de tips om zelf problemen te verhelpen:
-
Sloten bevroren: thuis: slotontdooier, zakje warm water, sleutelbaard verwarmen met aansteker of föhn. Niet thuis: met je lichaam ongeveer 5 minuten tegen slot aan staan.
-
Portier dichtgevroren: Deuren nog meer dicht drukken, dan breekt het ijs tussen het rubber en gaat deze vaak weer open of zakje warm water of föhn.
-
Bevroren handrem: probeer nog harder op te trekken, dan gaat deze meestal los. Zo niet, dan de motor een minuut of 15 laten draaien en kachel hoog zetten. Handremkabel ontdooit dan vanzelf.
-
Ruitensproeiers werken niet: leg op de sproeierkopjes een zakje warm water. Als het reservoir (door zomervulling) bevroren is deze vullen met warm water.
Tips voor veilig rijden in de sneeuw

Enkele handige tips:
-
Eerst krabben, dan instappen, starten en rustig wegrijden. Gelijk de blower vol aan op de warmste stand en richten op de voorruit. Doe de centrale dashboardroosters even dicht, dan gaat er meer lucht naar de voorruit. En heb je airco, gebruik die dan ook in de winter voor het ontwasemen van de ramen.
-
Schakel de tweede versnelling in. Dan is de kans op doorslippen een stuk kleiner omdat de wielen dan niet meteen te snel gaan draaien. Geef niet teveel gas en laat de koppeling langzaam opkomen. Goede kans dat je toch wegkomt in de sneeuw. Als je een automaat met sneeuwstand hebt, gebruik die dan.
-
Pas je snelheid aan en houd te allen tijde voldoende afstand tot de voorligger. Verder moeten alle handelingen met beleid gebeuren. Heel voorzichtig gas geven. En niet terugschakelen en de koppeling abrupt laten opkomen. Want zelfs dan kun je slippen. In bochten niet te scherp sturen. Zo voorkom je doorglijden.
Bron: Anwb.nl